Een naam is geen adres

Uw domeinnaam is een naam. Computers werken niet met namen maar met adressen, en DNS is het systeem dat het ene in het andere omzet. Typt iemand uw naam in, dan gaat er eerst een vraag uit: waar staat dit, en het antwoord daarop komt uit uw DNS.

Het belangrijke gevolg daarvan is dat uw naam en uw site twee losse dingen zijn. U kunt van hostingbedrijf wisselen zonder uw naam te verliezen, en u kunt uw naam verhuizen zonder dat uw site eraf gaat. Ze zijn alleen aan elkaar geknoopt door een record, en dat record kunt u veranderen.

Hetzelfde geldt voor uw mail. Dat uw site ergens staat en uw mailbox ergens anders is niet gek, het is de normale situatie. Het zijn verschillende records die verschillende kanten op wijzen.

Wie de vragen over uw domein beantwoordt

Voordat er naar een record gekeken wordt, moet duidelijk zijn wie er over uw domein gaat. Dat regelen de naamservers: twee of meer adressen die bij uw registratie horen en die zeggen welke partij de antwoorden geeft.

Standaard zijn dat de naamservers van uw registrar, en dan beheert u uw records in het schermpje van die registrar. Zet u ze om naar een andere partij, bijvoorbeeld naar Cloudflare, dan verhuist het beheer daarheen: dezelfde domeinnaam, dezelfde registratie, andere plek om de records te typen.

Dat is ook de reden dat mensen soms in het verkeerde scherm zitten te wijzigen. Staat er in het paneel van uw hostingbedrijf een record dat u aanpast, terwijl uw naamservers al ergens anders staan, dan slaat u braaf iets op dat niemand ooit uitleest. Kijk dus eerst waar uw naamservers heen wijzen, en werk daar.

Vuistregel: de registrar bepaalt wie de naamservers zijn, de naamservers bepalen wat de records zeggen. Wilt u weten waar u moet zijn, begin dan bij uw registrar en volg de naamservers.

De vier die u in de praktijk tegenkomt

Er bestaan tientallen soorten records en u zult er vier ontmoeten. Deze vier, in de volgorde waarin u ze meestal nodig hebt: eerst de site, dan het adres met www ervoor, dan de mail, en dan de bewijsjes.

A

Het adres van de server waar uw site draait. Wie uw site bouwt of host geeft u dit adres, of vult het zelf in.

Dit is het record dat bepaalt of uw naam uw site opent of een foutmelding. Verhuist u naar een andere host, dan is dit het record dat verandert, en verder niets.

CNAME

Een verwijzing van de ene naam naar de andere. Typisch om www naar uw kale domeinnaam te laten wijzen, of om een dienst van een leverancier onder uw eigen naam te laten werken.

Het is de reden dat u uw adres maar op één plek hoeft te onderhouden: verandert het A-record, dan volgt alles wat er via een CNAME naar wijst vanzelf.

MX

Waar mail voor uw domein bezorgd moet worden. Deze krijgt u van uw mailprovider, letterlijk zoals hij hem opschrijft, inclusief de prioriteit ernaast.

Dit record is uw brievenbus. Staat hij verkeerd of staan er nog oude naast, dan komt uw mail bij de vorige provider terecht of nergens, en u ziet niet dat er iets mist.

TXT

Losse tekst. In de praktijk twee dingen: het bewijs dat een domein van u is, en de regels waarmee u zegt wie namens u mag mailen.

Zonder het eerste komt u niet door de aanmelding bij Google of Microsoft. Zonder het tweede komt uw mail bij de ontvanger in de spam, wat een stuk lastiger te merken is.

AWebserver
uwzaak.be192.0.2.1

Koppelt uw domeinnaam direct aan het IP-adres van uw site

CNAMEVerwijzing
www.uwzaak.beuwzaak.be

Laat een subdomein automatisch meebewegen met het hoofdadres

MXE-mail
@ (alle mail)mailserver (prio 10)

Bepaalt bij welke leverancier uw postbus binnenkomt

TXTBewijs & SPF
verificatie"v=spf1 ... ~all"

Bewijst eigendom en voorkomt dat uw mail in de spammap belandt

De vier basisrecords en hoe ze verwijzen

Waarom het na het opslaan lijkt of er niets gebeurt

U slaat een record op, u ververst de pagina, en er is niets veranderd. Op uw telefoon werkt het wel en op de computer op kantoor niet, of andersom. Dat is geen fout: dat is geheugen.

Bij elk record staat een bewaartijd, de TTL. Die zegt hoe lang een ander die het antwoord ophaalde het mag onthouden voordat hij opnieuw vraagt. Zolang die tijd loopt, krijgt iedereen die het oude antwoord al had nog steeds het oude antwoord, hoe vaak u ook ververst. Verschillende netwerken hebben op verschillende momenten gevraagd, en dus lopen ze uit de pas.

Daar is één praktische truc voor, en die moet u vooraf doen. Weet u dat u volgende week gaat verhuizen, zet de TTL van het betreffende record dan nu alvast laag. Dan is het geheugen kort op het moment dat het ertoe doet. Achteraf verlagen helpt niet, want wie het oude antwoord al onthouden heeft, heeft ook de oude bewaartijd onthouden.

  1. Verlaag ruim voor een verhuizing de TTL van de records die gaan veranderen.
  2. Wacht tot de oude bewaartijd voorbij is voordat u de wijziging doet.
  3. Wijzig het record, en controleer het niet op uw eigen computer maar met een onafhankelijke opzoeking.
  4. Laat de oude server nog even draaien: er zijn altijd achterblijvers met het oude antwoord.
  5. Zet de TTL daarna weer terug naar normaal, zodat het niet elke keer opnieuw gevraagd wordt.

Wat er in de praktijk misgaat

Vrijwel alle DNS-ellende bij kleine zaken komt uit een handvol fouten, en het zijn niet de ingewikkelde. Een tweede MX-record dat van de vorige provider bleef staan, waardoor de helft van de mail de oude kant op gaat. Een record dat is opgeslagen in het paneel van de hosting terwijl de naamservers elders staan. Een regel die met een punt aan het eind moest en zonder is ingevuld, of omgekeerd, want daarin verschillen de panelen.

De laatste is de vervelendste omdat er geen foutmelding bij komt. Neem de waarde die uw provider opschrijft letterlijk over, plak hem in plaats van hem na te typen, en controleer daarna of hij er ook echt zo staat als u hem verwachtte.

Schrijf op wat u verandert en wanneer, ook als het één regel is. Als er twee weken later mail blijkt te missen, is dat lijstje het verschil tussen een minuut zoeken en een avond.